Ootmarsum

panorama_kerk_zuidzijde

Fluistering van vroeger, fonkeling van vandaag.
Ootmarsum is een bijzondere belevenis. U wandelt er van de ene eeuw in de andere. Van de Middeleeuwen naar de patriciërstijd. Net als u denkt dat er wel eens een diligence of postkoets om de hoek zou kunnen komen, verandert het decor. De fluistering van vroeger maakt plaats voor de fonkeling van vandaag. Want Ootmarsum is springlevend. Het heeft een ontwikkeling doorgemaakt die gelukkig wat langzamer is verlopen dan in vele andere Twentse steden. Het miste de (trein)aanleg en de boot(verbinding) en daardoor de industriële ontwikkeling. Noodgedwongen bleef daardoor ook veel van het oude bewaard en daar mogen we nu alleen maar blij om zijn.

Ontwikkeling.
Zo rond het jaar 700 bouwden geloofsverkondigers hier één van de eerste kerkjes in Twente en vanaf dat moment werd de nederzetting Othmarsheim het middelpunt van het christelijk leven in deze regio. De invloed breidde zich ook uit op het gebied van handel en nijverheid. Het plaatsje lag immers aan een kruispunt van twee drukke post- en handelswegen. Rond 1000 werd Ootmarsum al gekenmerkt door een rijk gildeleven. Niet verwonderlijk dan ook dat de plaats omstreeks 1300 stadsrechten kreeg. Daaraan werd gestalte gegeven in de vorm van een dubbele rij wallen en grachten. Twee poorten daarin gaven toegang tot de stad Ootmarsum. Tot op de dag van vandaag zijn de kenmerken van die middeleeuwse stad bewaard gebleven en zelfs een wandeling rond dat waardevolle centrum is mogelijk over de straten die nog steeds de loop van de vroegere stadswallen aangeven.

Trots op de fraaie erfenis.
Ootmarsum is trots op haar culturele erfenis. Dat kunt u zien en beleven tijdens een wandeling door de stad. Daarbij loopt u door smalle, met veldkeien geplaveide steegjes en over schilderachtige pleintjes. Het oorspronkelijke stratenpatroon is daarbij in het beschermde stadsgezicht van het historische centrum nog geheel te onderkennen. Verder passeert u vele prachtige gebouwen: van oude stadsboerderijen tot voorname patriciërswoningen. Alles keurig bewaard en onderhouden: het is immers kostbaar erfgoed.

Trouw aan tradities.
De tradities en oude gebruiken zijn bewaard gebleven en wat meer is: ze worden heden ten dage ook nog steeds in ere gehouden. Dat is het hele jaar door te zien, te beginnen met de rondgang door de Nachtwacht in de nieuwjaarsnacht, de Palmpaasoptocht, de paasgebruiken tijdens de Paasdagen, de Pinksterbruid, de Siepelmarkten in de zomerperiode waarin het stadscentrum een Middeleeuws aanzien biedt, de manifestatie ‘Kunst in Ootmarsum’, de Koale Karmis en het midwinterhoornblazen in de Kersttijd. De Ootmarsumse boerendansers laten verder de oude volkscultuur in dans, zang en voordracht herleven. En u bent bij al die gebruiken welkom.

paasvuur

Musea en galerieën.
Tijdens uw bezoek aan Ootmarsum zult u tot de ontdekking komen: één dag Ootmarsum is beslist te kort. U wilt immers de tijden nemen om alles te kunnen zien. Dus schakelt u automatisch tempo terug. Pas dan is Ootmarsum bezoeken letterlijk een belevenis. Er zijn tal van plekjes waar u wel stil moet staan om alles in u op te nemen. Veel bezienswaardigheden waar u gewoon niet aan voorbij kunt. Neem het Openluchtmuseum ‘Los Hoes’, waar het leven op het Twentse land aan de hand van gebouwen, voorwerpen, werktuigen en dergelijke is uitgebeeld. Of het onderwijsmuseum ‘Educatorium Ootmarsum’: de oude school in optima forma. Het museum van kunstschilder Ton Schulten en het Chronomium waar de ‘tijd’ in al zijn vormen is uitgebeeld. Verder vindt u in de stad en even daarbuiten galerieën die en keur aan kunstuitingen bieden. Dat en de vele sculpturen en galerieën in Ootmarsum geven aan Ootmarsum dan ook terecht het predikaat: Kunststad van het Oosten.

“Fluistering van vroeger, fonkeling van vandaag”

midwinterhoorns

Perfect onder dak.
De echte Twentse gastvrijheid staat in Ootmarsum hoog in het vaandel. Dat ondervindt u in de cafeetjes en restaurants. Dat beleeft u ook, wanneer u een langer verblijf in Ootmarsum wenst. Er is op dat gebied van alles in huis: hotels (van familiehotels tot en met viersterren accomodatie), pensions, bed and breakfast, bungalowparken, campings en kampeerboerderijen. U kunt ze alle gebruiken als uitvalsbasis naar het gebied rondom de stad. U vindt er letterlijk aan de voor- en achterdeur de charme van het Twentse Sagenland. Ongeëvenaarde routes voor fietsen, wandelen en autorijden. Het aangrenzende Duitsland op nog geen 3 kilometer afstand, heeft bovendien veel schoons in petto.

Ootmarsum, genesteld in de puurheid van schilderachtige natuur.
Noord-Oost Twente wordt wel het Sagenland genoemd. En als u de fraaie en vooral afwisselende natuur betreedt, voelt u zich als het ware temidden van geheimzinnige geesten: ‘Witte Wieve’, Aardmannetjes en Hunnen. Twente wordt met recht één der fraaiste natuurgebieden van Nederland genoemd. Een glooiend coulissenlandschap met kronkelige weggetjes tussen weilanden en door bossen. Snelstromende beekjes met kristalhelder water, zandverstuivingen afgewisseld door golvende heidevelden en frisgroene weilanden. En achter de karakteristieke houtwallen liggen fraaie Twentse boerenhoeven verborgen.

essen_in_nutter

Schitterende panorama’s.
Boven op de Kuiperberg, even buiten Ootmarsum gelegen, staat de in 1926 gebouwde Oriënteertafel. En de naam zegt het al. Vanaf die plek hebt u een overweldigend uitzicht over een groot deel van het Twentse landschap; u kunt zich vanaf die plaats oriënteren en u komt tot de conclusie dat Ootmarsum in dit Twente niet alleen een unieke plaats inneemt, maar er tegelijkertijd ook geheel mee verweven is.

De tijd van vroeger.
Het verhaal wil dat Ootmarsum dor de in het jaar 126 overleden koning/veldheer Othmar is gesticht. Hij koos de nederzetting uit als uitvalsbasis in zijn strijd tegen de Saksen en gaf de plaats zijn naam: Othmarsheim. En die naam werd Ootmarsum. Via het geestelijke middelpunt werd Ootmarsum rond het jaar 1000 eveneens een belangrijk handelsknooppunt. Het lag op een kruising van de drukke handels- en postroutes van noord naar zuid en van oost naar west. Rond 1300 kreeg Ootmarsum stadsrechten van de bisschop van Utrecht. Kwaliteit en status gaven de stad een streekfunctie die tot op heden behouden is gebleven. Bijvoorbeeld op onderwijsgebied, want ooit was in Ootmarsum een Latijnse school gevestigd. Bestuurlijk speelde Ootmarsum een belangrijke rol dankzij de Ridders der Duitse Orde die hier in 1270 een Commanderie bouwden. Verder was Ootmarsum vele eeuwen een Appèlhof van de Bisschoppelijke Meijerhof.

Het beeld van nu.
Het stadje met ongeveer 4500 inwoners heeft een hoog voorzieningsniveau en is vanuit alle windrichtingen goed bereikbaar. Het is gelegen op 12 kilometer van de A1 en 3 kilometer van de Duitse grens. Luchthaven Twente ligt op 20 kilometer afstand. Ootmarsum is het toeristisch middelpunt van Noord-Oost Twente. De stad maakt deel uit van de Euregio, een stukje Europa waar de landsgrenzen niet meer tellen en waar belangrijke steden als Enschede, Hengelo, Almelo, Münster, Nordhorn en Osnabrück zijn gelegen.

ootmarsum sneeuw avond gasthuisstraat

Eerbetoon aan Willem Wilmink
Het panorama vanaf de Kuiperberg is een stuk attractiever geworden. De Gemeente Dinkelland heeft samen met het Landschap Overijssel een uitgebreid plan uitgevoerd ter verbetering van het landschap en de omgeving van het uitkijkpunt dat jaarlijks vele bezoekers trekt. De ANWB oriënteertafel is een centraal punt voor de bezoeker. Als afsluiting van de werkzaamheden is door de Gemeente Dinkelland een kunstwerk gepland. In samenwerking met de vereniging Heemkunde Ootmarsum is een kleine commissie ingesteld en is gekozen voor een kunstwerk geïnspireerd op Willem Wilmink, de tekstschrijver en dichter. Grote zandstenen in de vorm van ligbanken zijn geplaatst en  hiernaast komt een kunstwerk van Desiree Groot Koerkamp in de vorm van een glazen boek met het portret en gedicht van de dichter. De as van de overleden Willem Wilmink is verstrooid op het Joods kerkhof direct naast het uitkijkpunt.

willem wilmink kuiperberg

EEN TEKEN VAN HIERBOVEN

Of een bewijs dat Willem Wilmink nog steeds onder ons is.

Een weidse blik
Een watertoren
Vingers wijzen in de verte
Twentse torenspitsen aan de blauwe horizon
Tachtig meter boven AP
De Kuiperberg, Ootmarsums hoogste punt

Verscholen achter de watertoren,
tussen eeuwenoude bomen
grafstenen in Nederlands en Hebreeuws.
Een joodse laatste rustplaats.
Daar wilde ook Willem rusten.
Daar is ook zijn as verstrooid.

Februari, een kille maandagmorgen
een keiharde koude wind.
De hemel donker met wilde wolken,
daar boven op de Kuiperberg.

Hefkranen takelen loodzwaar zandsteen.
Grote brokken als een monument.
Ligbanken voor gedichten.
Zoals Willem dat zou hebben gewild.

Wanneer een brok van vele duizend kilo’s
krakend in de touwen hangt,
Scheurt plotseling het wolkendek open.
De zon zet dit plekje in volle gloed
alsof ons aller Willem zegt: bedankt !

Straks gaan ze op deze banken liggen,
een bundel van Willem in de hand.
Dan proeven ze iets van het gevoel
dat Willem had met Twentse bodem,het Twentse hart.

Het panorama hier zal altijd blijven
Een plek waarmee Willem eenieder zeggen wil:
kijk om je heen, hier is de weidse wereld,
maar kijk ook naar binnen, diep in jezelf,
want in ieder einde schuilt een nieuw begin.

Ootmarsum, Rob Meijer, 11 februari 2011

 

logo

 

 

KUNSTSTADJE

Er schittert een haantje hoog op de torenspits
neus in de wind, de zon zorgt voor een gouden flits

In het verleden mocht hij het beleven
dat de welvaart in het stadje begon te leven

Bakkers ,kruideniers en groenteboeren
En wel 20 cafeetjes waar je je mondje goed kon roeren

Van heinde en ver kwam men het stadje prijzen,
bezoekers kwamen er maar al te graag.
Toeristen wilden hiervoor vele dagen reizen,
naar overnachten kwam steeds meer de vraag.

Maar de welvaart en groei heeft zo z’n grillen
we willen mooier, mooier en steeds meer.
Een apart winkelcentrum moeten we willen,
de binnenstad voldoet niet meer.

De slagerswinkels kwamen leeg,
weg met dat kruidenieren.
Lege etalages zorgden dat het een doodse aanblik was :
zet toch een schilderijtje achter het glas !

Mee met de nieuwe tijd, zo is het maar net
en zo werd de bakkerswinkel een prentenkabinet.
Twentse landschappen in bonte kleuren sieren nu haast elke wand
en werd het stadje verrijkt met een menig fraai restauratiepand.

Meer galerieen dan er ooit cafeetjes waren,
bespelen bij de bezoekers alle kunstzinnige snaren.
Op zondagen gaat de stad voor auto’s geheel op slot
en is de kunst en life style onze God.

Jan Mulder zat laatst hier eens op een terras
Hij wist niet dat het bezoek hier zo was gaan groeien
“Je moet wensen , dat het hier zoals vroeger was :
zet er een hek omheen laat niemand er zich mee bemoeien !

De gouden haan is dik tevreden en bovendien,
door de vele kunst in huizen en in straten
en bijzondere mensen, die lopen en veel praten,
heeft hij nu alle dagen wat moois te zien !

Ootmarsum, Rob Meijer, November 2010

 

De kroontjespen van de Drost

Bij het schaarse licht van lamp en kaarsen, buigt de Drost zich over z’n papier.
De gebogen en gespleten stalen penpunt houdt de inkt angstvallig vast.
Het mag niet baten, gulzig zuigt het papier het blauwe goud in zich op.
In een regelmatige cadans krast de kroontjespen over het handgeschepte papier.
De Drost schrijft met inkt sierlijk letter voor letter de woorden aaneen.
Letters worden tot zinnen, zinnen worden tot teksten, teksten vormen een document

Met zijn documenten laat de Drost veel sporen in de samenleving na.
Hij splijt de vechtenden, pakt het geld van neringdoenden, en spreekt voor het algemeen.
Doch met zijn pen trekt zijn blauwe bloed ook regelmatig diepe wonden.
Een kroontjespen is scherper dan een zwaard en beslist over andermans leven.

De Drost als zetbaas van het landsbestuur is ook maar een mens.
De verleiding is vaak groot om de wet naar eigen hand te zetten.
En zie : een losgeslagen land en boze burgers tegenover de Drost.
Frankrijk neemt Nederland over en de Drost ontvangt Koning Lodewijk.
Hij kan z’n huid niet meer redden : Nederland kent geen Drosten meer…

De Drost z’n kroontjespen ligt nu doelloos op de schrijftafel.
De inkt is opgedroogd en er komen geen letters meer.
Een democratie is er gekomen, een tijd van de letter van de wet.
Die kroontjespen, die is er nu voor iedereen…

RM. 2010

 

Zondagmiddag in Ootmarsum

’t is net weer droog na een heel kort buitje,
voor velen de aanleiding voor een kort uitje.
Men trekt weer op het kunststadje aan,
even uit de sleur van het drukke werk of taaie baan.

Zondags zijn de winkels open
en ook menig kunstbiedende lokaliteit.
Rustig samen iets moois gaan kopen :
de consument vindt het bedje hier gespreid

Vroeger hoorde je zondags in de preek :
aardse dingen alleen maar door de week !
Commercie hoefde je zondags niet te proberen
dat was immers de grote dag des Heren !

Nu is de zondag dag der schone kunsten
Ootmarsum dingt mee naar kopersgunsten.
Kopen niet maar kijken moet,
die ervaring doet je goed

Gelukkig blijft kunst eenieder inspireren,
want je kunt er toch steeds weer van leren.
Met genieten is gewoon niks mis,
wanneer de kunst jouw uitje is !

Ootmarsum, Rob Meijer, 2002

 

Wapen-Twentse-Ros-2012-in-lijst

DE KRUIKEZEIKERS VAN TWENTE

De arbeiders van enkele textielfabrieken in het zuiden van ons land werden vroeger verzocht hun urine in een kruik mee te nemen naar de fabriek. In de fabriek kon dit afvalproduct gebruikt worden voor het wassen en verven van wol. Laconiek werden deze mensen kruikezeikers genoemd en het woord werd in de loop van de tijd een synoniem voor het gemopper van de gewone man : een manisch-depressieve inslag, ontevreden zijn,  kritiek hebben op alles wat er in de wereld gebeurd, problemen hebben met vernieuwing en een sombere kijk op het leven,  zijn de kenmerken van een kruikezeiker.  Dat de Tilburgse carnavalsvereniging deze naam voor haar club heeft gekozen getuigt wel van een gevoel voor relativeren en dat is toch weer een positief punt.

Dat kruikezeiken ligt ons in Twente ook wel. We zijn  niet zo van het verbaal geweld en drukken ons vaak vrijblijvend uit.  Wanneer we ‘Joa,Joa’  zeggen  dan  bedoelen we : ’ik heb oe wa heurt, of ik ’t möt geleumn weer ik nich en  at wa zoa is, is dat mooi metnomn.’. Bekend is de reactie van de tukker die een ton in der staatsloterij won en als reactie had : “ ’t kon better..”. Wanneer een tukker voor een paar miljoen z’n bedrijf heeft uitgebreid en je vraagt hoe het gaat met de zaak dan krijg je te horen : “wie ma’jt nich klaagn”. Wanneer er dood en verderf is  in de familie is,moord en doodslag, faillsementen en ruzie, dan hoor je “D’r bint wa bettere tieden west”.  Relativeren als volkskunst.

Het uitbundig enthousiast zijn over iets, het honderd uit praten over alles en nog wat, jezelf ophemelen, onmiddellijk je hele hebben en houden etaleren, nee,  dat ligt een tukker niet. Dat is wel eens lastig. We krijgen dan niet de waardering die we verdienen, krijgen niet de sympathie over hetgeen we hebben gepresteerd en  lopen de kans in een hoek te worden gedrukt. Met al onze nieuwe media moet je niet te bescheiden in  je “Selbstdarstellung’ zijn, zoals een Duitser dat zo mooi zegt. Wanneer je steeds maar weer alleen van je laat horen wanneer je het met iets of iemand niet eens bent, dan trekken we een waas van onvrede over ons heen en doe je de grote meerderheid die zich niet laat horen en het er wel mee eens is, tekort. We hebben in Twente vaak een vooroordeel wanneer we horen uit welke hoek een bericht komt.  Even boven het maaiveld en je krijgt onmiddellijk de zeis om de oren : “ze möt  nich meenn dat ze meer bint as wie”.

Hoe komt dat toch ? Onterechte voorzichtigheid  ?  Valse bescheidenheid ? Bang zijn dat complimenten geld gaan kosten ? Er is geen beter mens dan een Tukker, ze zijn betrouwbaar ( op een paar na), harde werkers ( zelfs de pensionado’s) , staan voor wat ze zeggen ( beloafd is beloafd), pakken aan ( dat do’w d’r nog emmn bie), zijn eerlijk (bijna allemaal) ,  zijn honkvast ( geen gelul, ’n eegn spul) , zijn nieuwsgierig (ontdekken de hele wereld) en gewoon is al gek genoeg.

Wat is de moraal van het verhaal ?

In de PR bestaat de vaste regel : “Be good and tell it”. We zijn goed in Twente, maar we zijn het te vaak niet met elkaar eens. De zon in het water zien schijnen, elkaar een hart onder de riem steken, ambassadeur zijn voor een project van je buurman, positieve energie uitstralen, elkaar de kans geven, dat zijn zaken waar het in Twente vaak aan ontbreekt.

Niet zeggen “Hee löp a weer bie de deur, ha’k wa dacht” maar “ ’n aander wark maakt ‘m stark”. Geen commentaar geven van “noe lig de straot a de hele wekke los” , maar “mooi at oe ’t water voort nich meer ’t hoes in löp”. Afijn zo zijn er legio voorbeelden te noemen die we zelf kunnen toepassen. “Wie goed doet goed ontmoet” zegt een bekend spreekwoord. Niet steeds maar “Vernemstig wén” in de negatieve zin maar scherp blijven de mogelijkheden zien en werken aan je positieve omgeving. Dan komt het vanzelf bij je terug en zit je zelf niet alleen beter in je vel maar krijgen we ook een Twente waar het woord kruikezeikers zomaar een woord uit de dikke Van Dale is.

Ootmarsum, Rob Meijer, Augustus 2014