CINEMA IN OOTMARSUM

Het is inmiddels al weer ruim een halve eeuw geleden dat het doek viel voor  de ‘Odemarus Bioscoop’. In een tijdsbestek van ruim 10 jaar genoten talloze bezoekers van vele films, die vertoond werden  in een pand  met een rijke historie.

Het voormalige bioscoop gebouw aan de Kloosterstraat 6 staat op dit moment  leeg. Ellen Schulten runde daar haar EasyGet Outlet Centre, maar ook zij sloot begin 2016 de deuren. Tien jaar eerder sierde nog het scouting embleem het pand en was achter de gerestaureerde gevel  vele jaren de Padvindersvereniging te vinden, die in 1973 de benaming Scouting Ootmarsum kreeg.  De ruimte was in die tijd het domein van Rowans, Verkenners, Welpen, Gidsen, Sherpa’s  en Kabouters. Weinig herinnerde toen aan de Cinema-periode die zich op deze bijzondere locatie afspeelde. De restauratie werd aangepakt in 1967. Het gebouw had toen ruim een jaar leeg gestaan en was aardig in verval geraakt. De witgeschilderde karakteristieke  gevel begon af te bladderen en ook binnen zag het er niet florissant uit. Over de volle breedte van de voorkant  was vóór de restauratie te lezen ‘Odemarus – Bioscoop’. Gedurende een periode van ruim 10 jaar was er een cinema in Ootmarsum.  De bioscoop huisvestte zich daar, nadat  de Vincentiusvereniging, die zich bezighield met liefdadigheidswerk, hier 75 jaar onderdak had.  Als we nog verder terug gaan  in de tijd dan zien we in het kadaster van 1832 dat dit huis en erf in bezit was van Jan Hendrik Ottenhof, slager.  Dit gebouw kende dus in bijna twee eeuwen een zeer gevarieerde ‘inhoud’ !

Een heuse cinema in Ootmarsum, dat was een geweldige belevenis in een tijd toen nog niemand televisie  had. In 1955 werd Bioscoop Odemarus feestelijk geopend en  in 1966 gingen de deuren voorgoed dicht. Het was een bioscoop met 210 zitplaatsen, een breedbeeld-scherm en elke week een nieuwe film.

Wethouder Gerard Hulsink nam destijds het initiatief. Hij was sowieso een bijzonder mens. We hadden gebrekkige radio-ontvangst in Ootmarsum,  maar hij bouwde een reuzenantenne en sloot de inwoners van Ootmarsum aan op zijn radiodistributienet. Hulsink  richtte in 1968 ook het Gasbedrijf Ootmarsum op en zijn grondbedrijf was in heel Nederland bekend. Samen met fotograaf  Herman Haarhuis  liet hij het “Vincentiusgebouw” verbouwen tot bioscoop. Achter de witte gevel realiseerden de initiatiefnemers  een entree met garderobe en kassa en boven een projectieruimte. De verdiepingsvloeren in de zaal werden verwijderd. Er kwam een aflopende vloer, klapstoelen voor het publiek en een pandbreed projectiescherm. De muren kregen sierlijke bogen met daarin verlichting en als je de zaal binnenkwam hingen de gordijnen voor het scherm te wachten op het spannende moment. Net zoals bij elk hoogtepunt kende het vertonen van de speelfilm een voorspel. “Ik heb u lief mijn Nederland”, schalde door de luidsprekers,  terwijl het gordijn langzaam tot op een halve breedte openging. Het Polygoon journaal werd op een filmisch knappe manier in korte flitsen gebracht en de indrukwekkende stem van Philip Bloemendaal  gaf elk item cachet. Hierna werd reclame ingelast, want er moest geld verdiend worden. “Koop Polmans bloemen” met een kleurendia van het pand aan het Kerkplein, was één van de eigentijdse presentaties.  Het waren  6 x6 dia’s tussen glas die met een speciale projector werden vertoond. De grote filmprojectoren waren indrukwekkend. Het moesten er twee zijn,  want een filmrol kon maar een maximum grootte hebben en een speelduur van hooguit één uur.  Dan moest de tweede projector klaarstaan  om indien mogelijk naadloos over te schakelen.  Door het kleine luikje keek de operator  mee  de zaal in. Zo gauw hij cijfers en tekens op het scherm zag, moest hij overschakelen naar de tweede projector. Die grote filmrollen kwamen wekelijks in Ootmarsum aan.  Ze  arriveerden op het station in Oldenzaal en daar werden ze opgehaald.  Na gebruik in de Ootmarsumse cinema werden de banden  teruggebracht naar de Boeskoolstad en per trein weer vervoerd naar de volgende bioscoop. Het  was trouwens een heel pakket , want  daar hoorden ook de posters en affiches bij. Het waren vaak spectaculaire posters die je moesten verleiden om  de film absoluut niet te missen. De projectietechniek was ook bijzonder. Het licht in de projectoren kwam van koolstofspitsen. Er werd stroom  op deze twee spitsen gezet.  Doordat ze dichter bij elkaar kwamen,  konden  er vonken overspringen en dat gaf licht : een linke zaak,  want die hitte ging natuurlijk ook langs het brandbare celluloid. Wanneer de film te langzaam draaide of stilstond zag je in de zaal het beeld helemaal wegbranden…………..

Om de organisatie rond  de bioscoop in goede banen te leiden, werkte  een heel team samen.  Herman Haarhuis had met Johnnie Sanders de technische leiding. Zij werden bijgestaan door Ben Raatgerink en Chris Asbreuk. Voor het kassawerk was Jo Sanders verantwoordelijk en de begeleidsters van de bezoekers naar de zitplaats  – de ouvreuses –  waren Frieda Haarhuis, Betsie en Ria Wilbers en Joke Sanders.
In 1958 brak er brand uit.  Een storing in het verwarmingssysteem vormde  waarschijnlijk de oorzaak.  Het interieur moest door de brand  wel  vernieuwd worden. De bioscoop was enkele weken dicht. Men schafte  andere  stoelen  aan bij een collega bioscoop in Duitsland.  Verder werd er  een breedbeeld ‘Cinemascope’ – scherm aangebracht.

Zo’n vertoning van een film was al een hele toer, maar ook de organisatie er omheen was niet niks. Entreekaartjes moesten worden gedrukt,   en door de gemeente  afgegeven,  want er zat vermakelijkheidsbelasting op. Nummers werden genoteerd en van  de opbrengst van de verkochte kaartjes moest  een deel worden afgedragen. Hennie Koopmans voerde de administratie voor de gemeente.
En dan het programma :  lang van tevoren werden afspraken gemaakt met de filmdistributeur.  Steeds probeerde men  actuele en nieuwe films te krijgen. Maar wanneer je die dan op het programma had,  dan mocht  je ze niet zomaar vertonen.  Nee, er bestond een filmkeuring. De burgemeester kon op basis van de gemeentewet,  onder het artikel openbare orde,  bepalen of een film gedraaid mocht worden. Landelijk gaf  het bureau filmkeuring wel een indicatie, maar lokaal viel steeds de beslissing. Ook in Ootmarsum werd een commissie samengesteld,  die moest vaststellen of de film vertoond mocht worden. Zo kwam het regelmatig voor dat de pastoor, de dokter of de notaris een lokale première  gratis te zien kregen van een meesterwerk uit de Hollywoodse filmstudio’s. In 1956 verbood de pastoor het vertonen van de film  ‘Rock around the Clock’ van Bill Haley. In Apeldoorn was het verbod op rellen uitgelopen met spandoeken “Wij willen Rock & Roll” en werden ruiten bij de burgemeester en het politiebureau ingegooid. De exploitanten in Ootmarsum trokken zich van het verbod van de pastoor niks aan. De film werd gewoon vertoond en er is geen ruit gesneuveld.

Spectaculair waren de films in die tijd. Na  het Nederlandse  nieuws in zwart wit volgde een spannende pauze. Daarna ging eindelijk langzaam het licht uit en begonnen de gordijnen zich te verplaatsen naar de uiterste uithoeken om plaats te maken voor het ultrapanoramaprojectieformaat: ‘Cinemascope’. Wie herinnert  zich niet  ‘Ben Hur’  of tegen Pasen de film  ‘The Robe’  over het lijdensverhaal, maar ook  ‘Cassablanca’ of  ‘Sunset Boulevard’ scoorden hoog.  Ook voor de kinderen waren er voorstellingen. Elke zondagmiddag werden er Westerns gedraaid.  Herman Haarhuis noemde ze steevast “Keboykoy”  films.

In de bioscooptijd van de jaren zestig namen  ook in Ootmarsum de televisies steeds meer bezit van de huiskamers.  Herman Haarhuis begon met de verkoop van  televisies in de winkel aan de Schiltstraat en deed in 1962  de exploitatie van de bioscoop over aan Johnnie Sanders. Het ging vervolgens niet goed met de bioscopen : Astoria bioscoop in Denekamp van Johan Olde Dubbelink werd in 1965 gesloten en een jaar later volgde Bioscoop Odemarus. Luxor in Oldenzaal kon het uithouden tot 2001,  maar ook daar viel het doek.

Die jaren vijftig en zestig vormden een bijzondere periode waar je nog intensief van een film kon genieten . Geen televisie, de krant in zwart wit, een bakelieten telefoon aan de muur,de Katholieke Illustratie en zaterdagvond  het spannende radiohoorspel ‘Sprong in het heelal’.  En dan volgde op zondag dat uitje naar de bioscoop waar je je de hele week op kon verheugen.  Misschien bleven die films daarom wel zo lang in het geheugen hangen.

Toch mooi dat  deze cinema  een decennium lang in Ootmarsum prachtige films draaide.  Met dank aan de mensen achter de schermen.

Rob Meijer