Column grensregio toerisme

De grens was jarenlang een willekeurig getrokken lijn in het landschap. In het Nederlands- Duitse grensgebied tussen Rijn,lJssel en Ems is na de tweede wereldoorlog een unieke samenwerking op gang gekomen onder de naam Euregio, die tot doel heeft een koppeling te maken tussen alle aspecten van de samenleving aan beide zijden van de grens. Euregio is een
samenwerkingstructuur van lokale- en regionale overheden die aan die afstemming  werkt in de dagelijkse praktijk.  Het grensoverschrijdende toerisme is hierin een belangrijk element.

HALT, POLIZEI  !

Tijdens een mooie fietstocht door ons grensgebied maak je niet meer mee dat je ineens voor een slagboom, een afgesloten weg staat, of opgeschrikt wordt door “Halt, Polizei” en er plotseling de Grenzschutzpolizei of een Zollbeambte voor je neus staat om je paspoort te controleren.

En toch is het nog niet zo lang geleden dat dit je aan de grens kon overkomen. Pas in 1992 gingen de binnengrenzen in Europa open. Oudere inwoners vertellen nog graag over de spanning van het smokkelen en de geheime weggetjes die ze kenden om ongezien en ongecontroleerd aan de andere kant van de grens te komen met illegale spulletjes. Dat is allemaal verleden tijd. Geheime smokkelweggetjes zijn inmiddels toeristische routes geworden.

Al vóór het opengooien van de Europese binnengrenzen kenden we in onze regio al een informele voorloper voor open grenzen. De Euregio bedacht al aan het eind van de jaren tachtig “De groene grens”. In overleg met alle instanties die er toen over gingen en de verantwoordelijke ministeries aan beide zijden van de grens, werd een akkoord gesloten over het doorlaatbaar maken van 45 grensovergangen in natuurgebieden waardoor je niet hoefde om te fietsen naar een officiële grensovergang. De Euregio liet borden maken met “Groene Grens – Grüne Grenze” en liet die door de verantwoordelijke gemeenten bij die overgangen plaatsen waarover men het eens was dat het om een toeristische route ging. Daarmee kon je in de regio grenzeloos fietsen en wandelen.

In de loop der jaren koppelden de Nederlandse en Duitse toeristische organisaties de bestaande routes aan elkaar en zo kon je ongehinderd van bijvoorbeeld van het Nederlandse Aamsveen naar het Duitse Amtvenn fietsen.

De smokkelroutes van weleer werden toeristische routes  en werden een uitdaging voor de toerist om kennis te maken met “Het geheim over de grens”. De samenwerking tussen de VVV’s aan beide zijden van de grens werd intensiever en Europese subsidie kwam beschikbaar voor concrete projecten. Wanneer we nu de balans opmaken, zien we dat er geweldig veel is gebeurd : uitbreiding fietspaden- netwerk, toeristische overstappunten, uitgebreid informatiemateriaal, arrangementen in het buurland,kinderprogramma’s, samenwerking met de nationale instanties etc. Het toerisme brengt welvaart aan beide zijden van de grens : jaarlijks worden in dit gebied over en weer zo’n 3 ½ miljoen dagtochten geboekt waarbij samen met de overnachtingen jaarlijks een omzet van rond de 240 miljoen Euro is gemoeid.

Voor de inwoners van het grensgebied is het niet alleen interessant en belangrijk het buurland leren kennen en er van te genieten, de Europese gedachte geeft dit alles een bredere basis. Elkaar  vertrouwen, werken aan de veiligheid en aan een sociale samenleving is een opgave voor elke inwoner.Toerisme is daarbij een mooi hulpmiddel.

 

Rob Meijer

Juli 2015