DE PAAS-SIGAAR

De bel gaat en er staan vier jonge mannen met regenjas aan en hoedje op voor de deur. ‘Kom dr’in.’ Een jaarlijks ritueel van de poaskeerls in Ootmarsum. Ze werken hun contacten af. Ze moeten alles regelen voor het paasvuur en ook het vlöggelen moet in goede banen worden geleid. Al vanaf de eerste zondag in de vasten waren ze al onderweg om persoonlijk bij iedereen die betrokken is bij de paasgebruiken, een bezoekje af te leggen. Bij iedereen in het centrum van Ootmarsum gaan de vier jongste poaskeerls vier weken voor Palmpasen langs. Per jaar schuiven de verantwoordelijkheden steeds per twee  nieuwe poaskeerls  door. Het is knap hoe jaar in, jaar uit de organisatie van het paasgebeuren door de ploeg van vier maal 2 poaskeerls wordt geregeld. Navragen hoe dat onderling dan geregeld wordt heeft geen zin : elke poaskeerl houdt dat voor zich en dat geeft de traditie ook een beetje mystiek. De hoedjes en jassen gaan aan de kapstok. Het  bezoek  heeft als doel af te tasten of de vlöggel-processie op eerste en tweede paasdag door het betreffende huis en om de stiepel mag lopen  – op goed Twents : ‘bod vraogn’ -.

Mijn garagedeur heeft een gelegenheids-stiepel, vervaardigd door Frans Tenniglo. Keurig afgewerkt  in de originele kleuren met een duivelskruis in het midden. Eén keer per jaar wordt deze stiepel geplaatst en krijg ik de zingende poaskeerls met appendix over een deel van de vloer. Bij het “Bod vraogn” is gebruikelijk dat de jongste poaskeerls  de cruciale vraag stellen ‘of ’t  weer kan’ en het is niet gewenst direct al te zeggen dat het goed is, nee, er kan ruim over worden nagedacht.                Op palmzondag komt weer een delegatie, maar dan van 6 poaskeerls. “He’j d’r al oawer noadacht ?”. Ja, en dan moet het verlossende woord er uit. Daar moet natuurlijk op gedronken worden : pijpjes bier met kaas en worst. Als blijk van waardering haalt de jongste poaskeerl een doos uit de regenjas en presenteert een dikke bolknak. Een sympathiek gebaar van vroeger, want  een sigaar rook je niet elke dag. Ik nu ook nog niet en daarom open ik de schatkist waarin ik de geschonken sigaren vanaf 1980 bewaar. Het zijn er inmiddels 36. Allemaal Hofnar, maar die fabriek bestaat niet meer en vanaf 2012 zijn het AGIO sigaren met een gouden bandje. Als er nog eens een expositie over de paasgebruiken komt, dan mag die sigarenkist niet ontbreken. Voor mij is die kist een mooi symbool van traditie en het behouden van het  goede van vroeger. Het vlöggelen is een ankerpunt in een snel veranderende wereld waar we veel te snel zijn met het weggooien van tradities, oude normen en waarden. Dat mag zeker niet in rook opgaan.

 

Rob Meijer

Column week 12 2016