OP DE VLUCHT EN DE TAAL

Steeds vaker loop je de kans in het dagelijks leven vluchtelingen tegen te komen. In de supermarkt, bij de dokter, in de bus, op de markt , overal zien we mensen uit verre landen die in hun thuisland alles is afgenomen en waar hun leven gevaar loopt. Ik vraag me dan vaak af wat er in die hoofden omgaat en zeker ook welke moeite zou ik doen om me, in een vreemd land dat mij zo aardig opvangt, verstaanbaar te maken. De taal leren kan in de vluchtelingencentra, maar er zijn veel te weinig mogelijkheden en dan kun je natuurlijk woordenboekjes kopen maar de cellphone is natuurlijk steeds het ultieme middel. Het is niet gemakkelijk Nederlands te leren, maar in ieder geval gemakkelijker dan Duits met al die lastige naamvallen. In de Nederlandse taal hebben we ook lastige gewoonten ingebouwd. Dat we er zelf nog steeds niet goed mee overweg kunnen staat elke maand in het blad van het genootschap Onze Taal, waar op de achterkant van de omslag steeds de meest hilarische zinsconstructies uit de kranten staan vermeld. Zoals bijvoorbeeld “Twijfels over de rechterhand van Gaal” of “Nederlandse boeren voeren meer uit dan ooit” en deze : “vijfduizend jaar oud recept voor brouwen bier achterhaald”. Daar fronzen we toch af en toe de wenkbrauwen.
Wat moeten dan die vluchtelingen die onze taal willen leren wel niet in hun hoofd laten ronddraaien voor dat ze het Nederlands begrijpen ?
We hebben ook van fijne woorden die meerdere betekenissen hebben en daarmee wordt het er zeker niet gemakkelijker op. Neem nou het woord ‘verbouwen’. Je kunt aardappelen en je huis verbouwen. Als vluchteling zou je bijna denken dat je een woning in de grond kunt stoppen en er in de loop van tijd een trosje bungalows te oogsten valt. Of bijvoorbeeld “Het aantal afgenomen fietsen neemt af” . Is afnemen nou minder worden of weghalen ? Nog een : “Bij het uit bed springen zag hij dat het uitspringende raam er wel uitsprong. “ . Woorden met veel betekenissen, die, wanneer verkeerd gebruikt, natuurlijk voor een vluchteling een onbegrijpelijke zin vormen. Menigeen tracht een relatie met de woorden te leggen om het te begrijpen. “Ik ben belazerd” betekent niet dat je laarzen aan hebt gedaan of “De rechter heeft beslag gelegd” betekent niet dat er in de rechtbank pannenkoeken worden gebakken.
En dan hebben we het nog niet eens over het Twents. Wanneer je met je nuchtere verstand tracht vanuit het Twents, uit goede wil, een zinnetje alvast in een andere taal door wilt geven en dat dat woordelijk vertaald in bijvoorbeeld het Engels, dan loopt het geheid mis. Wanneer je als tukker je medeleven wilt laten horen met zo’n vluchteling dan zeg je al gauw “ Ie hebt alle proemn in ’n drek”.
Dat kun je dan ook in het Engels zeggen : “All the prunes are in the Muck” of in het Frans : “Toute les Prunes sont dans la Boue” of gewoon in het Duits “Alle Pflaumen liegen in den Schlamm” , of zelfs in het Spaans : “Todas las Circuellas en el Barro” en als je in het Turks kunt zeggen “Tüm Erik Camura”, dan heb je het natuurlijk helemaal gemaakt, maar je wordt zeker niet begrepen.

Toch springen er al veel vluchtelingen uit bij het leren van het Nederlands en vooral op jonge leeftijd gaat het leren van een taal spelenderwijs. Nu in de aanloopfase is de communicatie lastig, maar diegenen die gevoel hebben voor het gastland zullen alle moeite doen zich door de taalproblemen heen te worstelen. Met onze gastvrijheid en hulp gaan we daar ook wel een beetje van uit. Wat zou je zelf doen wanneer je in zo’n situatie in een vreemd land zou zitten ? Goede verhoudingen ontstaan door goede communicatie en daarvoor is taal het enige gereedschap.

Rob Meijer
Sept.2016