RIOOLPUTJE NEDERLAND

In mijn Euregio-tijd, zo’n dertig jaar geleden, toen het Europees overleg in Brussel nog in de kinderschoenen stond, legden we vanuit deze regio steeds het onderwerp ‘waterkwaliteit’ in het Europese overleg op tafel. In het Frans is het ook mooi uit te leggen want wij heten daar “Pays Bas”, wat in onze context natuurlijk  “Pays Bah”werd. Want het was heel gewoon dat de grote rivieren in Duitsland bijvoorbeeld, gewoon gebruikt werden als afvalkanaal door de industrie. Dat komt allemaal onze kant op. Wij zijn immers “De lage landen”en water stroomt altijd naar het laagste punt. Zelfs in 2011 spreekt de EU publicatie ‘Ranking the Stars’ nog van Nederland als het meest vervuilde land van Europa. De eerste stappen om te zien hoe we hier samen konden werken met de verantwoordelijken aan beide zijden van de grens voor het waterbeleid waren curieus. Het was immers een drielanden-overleg. In Nederland is het duidelijk : waterschappen, maar in Duitsland kent men drie “Stufen”: de oberste wasserbehörde”, de “obere Wasserbehörde” en de “untere Wasserbehörde”. Dat betekent aan tafel met Duitse instanties die we eerst met elkaar kennis moesten laten maken want Niedersachsen en Nordrhein Westfalen zijn zelfstandige deelstaten met eigen ministeries. Daarbij komt dat de deelstaten ook nog eens opgedeeld zijn in landkreisen met een eigen bestuur en ambtenaren-korpsen. De eerste vergaderingen van de op te richten grenswatercommissie waren curieus. Niet alleen omdat er een taalprobleem was, maar ook de bevoegdheden en aanpak waren compleet anders. De muskusrat bracht de instanties bij elkaar, want de rat had natuurlijk geen paspoort en liet ook bij zijn tocht vanuit Duitsland niet z’n paspoort zien en knabbelde wel ondergronds de grens over. Dus een groot gevaar voor de dijken en kades. Jaarlijks worden in midden Nederland bijna 100.000 muskusratten gevangen en afgevoerd. De vervuiling door de strokartonfabrieken in het noorden en afvalwater van de landbouw was een moeilijker onderwerp, maar de eigenlijke problemen moesten toch bij de bron worden aangepakt. Niet alleen waar de Dinkel, de Vecht,de Berkel ontsprongen maar ook de Rijn moest vanaf het beginpunt veel beter beheerd worden. De resultaten van het overleg van de regionale grenswatercommissies kwamen bij de nationale overheden op de agenda en langzaam kwam een overleg op gang. De samenwerking in de Euregio werd innig en verschillende projecten werden meegenomen in de subsidieprogramma’s die vanuit de EU voor de ontwikkeling van de grensregio’s was bedoeld. Een van de eerste projecten op het gebied van de waterrecreatie was het bevaarbaar maken van de Berkel. In 2011 werd door de partners een vaste samenwerkingsvorm vastgelegd en in 2014 kreeg dit een eigen kantoor dat ondergebracht werd bij Euregio in Enschede-Gronau. Directeur Elisabeth Schwenzow en watergraaf Stefan Kuks zijn er maar wat trots op. Er wordt meer gedaan dan alleen muskusratten vangen. Veerverbindingen worden geëxploiteerd,  er wordt aan natuurontwikkeling gedaan, er zijn  draaiboeken voor problemen met hoogwater, de visstand wordt gecontroleerd en natuurlijk wordt de waterkwaliteit grensoverschrijdend permanent in de gaten gehouden.

Het rioolputje Nederland wordt langzaamaan schoner, er zwemmen weer vissen over de grens en er peddelen kano”s en er varen bootjes. Water in de natuur is een  levensader waar we verstandig mee om moeten gaan. Het is fijn dat de grens hierin geen barrière meer is.

RM2015