WAT JE IN DE KRANT LEEST…….

De krant als medium maakt een roerige tijd mee. Zullen de huidige papieren communicatiedragers overleven ? Andere formaten, andere opmaak, meer entertainment, van alles wordt er uitgeprobeerd om het dagblad te laten overleven. Wat is de juiste aanpak ?  Wie het weet mag het zeggen. Misschien wel een andere journalistieke aanpak. Nieuws komt nu toch wel op heel veel verschillende manieren tot ons. Op het moment de krant in de bus valt, is het meeste nieuws  digitaal uitgebreid allang beschikbaar. We gaan dingen die dichter bij huis gebeuren belangrijker vinden. De weekbladen genieten een grote populariteit omdat een inwoner zich daar vaak zelf in terug kan vinden. Dom eigenlijk dat Tubantia destijds de weekbladen in een apart bedrijf ondergebracht heeft. Koppeling in één krant van dag- en weekbladen kost minder, geeft meer informatie en is voor adverteerders eenvoudiger. In ons buurland  bestaat dit systeem al sinds jaar en dag. Het bedrijf Aschendorf Verlag van de familie Hüfer in Münster, geeft het dagblad ‘Westfälische Nachrichten’ uit  in de vorm van rond de 50 kopbladen : van Alstätter Tageszeitung tot Bocholter Volksblatt.  Ook de inhoud is anders. Met het grote verschil in media aan beide zijden van de grens kwam ik in mijn Euregio-tijd intensief in aanraking. De uitgave van een ‘Buren-krant’ met  een oplage van 800.000 exemplaren gemaakt door een team van Nederlandse en Duitse journalisten mocht ik begeleiden. Het is helaas bij een eenmalige gesubsidieerde uitgave gebleven. Aan Nederlandse zijde zijn de kranten meer opiniebladen en krijgen de journalisten de opdracht hun mening min of meer te verwerken in het nieuws, aan Duitse zijde hebben de journalisten de opdracht om zoveel mogelijk de werkelijkheid weer te geven in feiten. Ik kan me nog goed herinneren dat  het gebruikelijk was dat de Duitse burgemeesters regelmatig  journalisten uitnodigden voor een ‘Kamingespräch’ en dan werd er over verschillende zaken gesproken en de mening van de bestuurder vond hierdoor vaak de weg naar de lezers. Een soort hulp bij het krijgen van een draagvlak en begrip en niet altijd als een terrier azen op missers. Toen ik zo’n informeel gesprek met onze bestuurders aan de Nederlandse journalisten voorstelde, kreeg ik regelmatig de reactie : ‘als een bestuurder me belt zal hij wel iets te verbergen hebben’  en dan had dat  vaak het resultaat dat betrokkene  tegenovergestelde van wat beoogd werd in de publiciteit kreeg. Wat de inhoud van de regionale kranten betreft is mijn advies : integreer de weekbladen en ga terug naar de basis en wordt een positieve regionale boodschapper over datgene wat  direct om de inwoners  heen gebeurd en daarmee grote interesse heeft.  (abonnementen…)

Communicatie wordt maar steeds meer en meer. Het is precies zoals Anne van der Meiden het steeds zegt : we hebben ook recht op “non-communicatie” ! En hij vertelde hierbij vaak het verhaal van zijn grootvader en grootmoeder die s’avonds  tegen zeven uur samen in de boerderij voor het open vuur gingen zitten en uren samen zwijgend in het vuur keken, totdat opa tegen tien uur zei : “kom an moor, wie goat noar ber hen : wie hebt nen mooin oamd hat…….”