Bier brouwen in Ootmarsum : een oude traditie!

Nu er een bierbrouwerij in het commanderiegebied gebouwd wordt, hoor je regelmatig: dat is weer eens wat nieuws, een mooie aanvulling op de Ootmarsum-beleving’ en een ambacht dat helemaal past in de opkomst van de regionale bioproducten.

Zeshonderd jaar oud.

Allemaal waar, maar nieuw is het bier brouwen in Ootmarsum niet. Dat blijkt uit de ‘Overijsselse
Gedenkstukken’ door mr.J.W Racer in 1785 waarin hij uitgebreid beschrijft dat Frederik van
Blankenheim, Bisschop van Utrecht, op 20 februari 1405 een brief deed uitgaan waarin hij aan de stad ‘Oetmersem’ tegen een jaarlijkse vergoeding het erfpacht verleend om bier te brouwen.

Hij schrijft: 11 Deeze stad in erfpagte gegeven de gruyte en den assys tot Oetmersem mit allen haren
to
ebehoor als gelegen in den alingen gerichte toe Oetmersem voor tien oude volwigtige Frankische
Sc
hilden des jaars. In de brief wordt tevens bepaald dat de ‘Scepenen van Oetmersem’ belasting
mochten heffen op het ‘gruiten’ van bier waarvan 2/3 deel afgedragen moest worden aan de
Bisschop. Gruiten was het toevoegen van een kruidenmengsel aan het gerstebier waardoor het gaat gisten en langer houdbaar werd. Normaal bestond gruit uit Rozemarijn,Gagel,Salie, Duizendblad en Laurierbessen. Gruit was streekgebonden en had per regio een andere samenstelling. Hierdoor ontstond het ‘Gruttenbier’. Later werd dit vervangen door hop,en dit werd ‘Hoppenbier’ genoemd.
Omdat in de middeleeuwen de waterkwaliteit erg slecht was, werd bier een drank voor alledag. Er ontstonden door het hele land honderden brouwerijen. In 1400 telde Amersfoort alleen al 350 brouwerijen. Bier was een voedingsmiddel en voorzag in de eerste levensbehoefte. Onvoorstelbaar in onze tijd. Waren de mensen in die tijd dan elke dag dronken? Blijkbaar niet, want er werd gebrouwen met een laag alcoholpercentage.

Ootmarsumse brouwerijen.

Rond 1800 telde Ootmarsum officieel drie bierbrouwers. Het waren Gerhard Heupink, Borghard
Wolterink en Hendrik Teusse. Bier was nog steeds een volksdrank en in het centrum waren vele
winkels te vinden maar steeds hadden de ‘neringdoenden’ een combinatie van beroepen. De lijst van patentschuldigen van 1808 geeft een bonte combinatie: ambachtman, winkelier,tapper en natuurlijk had iedereen een stukje grond net buiten het centrum waar eigen groenten werden verbouwd.
Gerhard Heupink was brouwer, tapper en winkelier en had z’n bedrijf aan het Kerkplein waar nu de R.K. pastorie staat. Hij had zijn brouwerijtje en tuin op de plek waar nu het klooster staat. Borghard Wolterink was brouwer, tapper,winkelier -ook in tabak- en had een logement. Hij had z’n winkel in een pand dat plek moest maken voor de doorgang Schiltstraat -Parkstraat (later Meubel Groener) en hij woonde aan de Achterom naast Bekman. Jan Teusse was wel de grootste brouwer in die dagen. Jan, Hendrik en Dica bezaten meerdere panden en ze waren brouwer, wijnkoper, tapper en winkelier in manefacturen. Het woonhuis stond waar nu de Radboudzalen staan, de tapperijen/winkels waren op drie plekken: waar nu de Rabobank staat en waar nu de Galerie International is (voorheen Wientjes) en het pand van Hotel de la Poste. Gebrouwen werd ook in een pand (later Veltman) dat nu het achterste deel van het Stadscafé is. De bierbrouwers moesten in de loop der jaren aan meer en meer voorwaarden voldoen en werd het brouwen steeds minder lucratief. Zo verdween het bier brouwen helemaal uit Ootmarsum. De biergroothandel bloeide wel op. Drankenhandel Veldboer en de in 1919 opgerichte Drankenhandel Heisterkamp, deden en doen goeie zaken. In 1819 waren er nog 48 brouwerijen in Overijssel: nu zijn het er nog maar 7.

Maar oude tijden gaan herleven. Zeker in Ootmarsum, want zelfs een naam van een brouwer uit 1800 verschijnt nu tweehonderd jaar later weer ten tonele: Heupink.

Nieuw leven in de brouwerij.

Hans Heupink, tabaksfabrikant, die een zeer fraaie woning bouwde in 2002 in het voormalige
commanderiegebied, haakte in op de plannen rond de ontwikkeling en kwam met het idee hier een bierbrouwerij op te zetten. Toen bleek dat zijn zoon Dirk en schoonzoon Bart het vak van
bierbrouwer wilden oppakken, werd door Hans, die al langer experimenteerde met zelfgebrouwen bier, direct al in 1999 een kleine brouwerij geïnstalleerd in de garage van het woonhuis. In 2010 werd een complete brouwinstallatie gekocht en geïnstalleerd in een fabriekshal op het industrieterrein De Mors. De Ootmarsummer Bierbrouwerij Heupink & Co ging van start en daarmee was het Othmar bier geboren.

De bierbrouwerij zit in de ‘flow’ van de ontwikkeling van streekproducten doordat we ons als
consument steeds bewuster worden hoe belangrijk het is gezonde producten te kopen maar ook iets willen doen aan een beter milieu. In 1983 werd het Twentse Bierbrouwersgilde opgericht en meer dan 100 amateurbrouwers houden zich bezig met het oude ambacht. We hebben in Twente natuurlijk een indrukwekkende biertraditie. Grolsch bierbrouwerijen van de Familie de Groen breidde haar werkgebied uit tot over bijna de hele wereld. De Hengelosche Bierbrouwerij van de Familie Meijling kwam helaas niet mee in de strijd en stopte in 1988. In het Historisch Museum Hengelo is de geschiedenis van het Twentse Bier te zien. We drinken in Nederland per hoofd van de bevolking per jaar gemiddeld 82 liter bier, dus alleen al in Ootmarsum gaat er dus per jaar zo’n slordige 300.000 liter bier door de kelen … een aardige basis voor een goeie omzet.

De ambities van Bart en Dirk, de brouwmeesters van Ootmarsurn. gaan nog niet zo ver dat ze de hele wereld willen veroveren, maar het brouwen van een prima Ootmarsums biertje dat in heel Twente goed getapt zal zijn, staat toch zeker op het programma.

Bierbrouwen in Ootmarsum is terug van weggeweest: proost!

Rob Meijer
Maart 2014


De Goudgulden van Bisschop Frederik van Blankenheim

Bier een volksdrank                              Volop brouwerijen