DE HEEREN VAN OOTMARSUM

Allemaal familie

Het Openluchtmuseum Ootmarsum voert al jarenlang de ondertitel “Land van Heeren en Boeren”. De talrijke bezoekers horen via de podcast op zo’n 30 plekken de historie van Heeren en de Boeren. Het boerenleven voert in het museum wel de boventoon : dat was ook de kern van het ontstaan van het museum toen op deze plek in 1964 een Los Hoes werd herbouwd. De ‘Heeren’ zijn in het jaar 2000 toegevoegd toen er de uitbreiding kwam met De Weemhof met bouwmateriaal van het oude gebouw van restaurant De Wanne van de familie van der Maas, een grote schaapskooi uit Wielen in Duitsland en het boerderijtje Heinenboer van de familie Witte van het Springendal. De hoogste ‘Heeren’ uit die tijd waren bij de heropening in 2001 : de Fürst van Bentheim zu Steinfurt, Kardinaal Simonis uit Utrecht, de Provincie Overijssel in de persoon gedeputeerde Thijs Bennink en de eerste burgemeester van de nieuwe gemeente Dinkelland Frans Willeme. In 2006 werd ook nog een officiële ontvangst tijdens de herfstfair gehouden voor de nieuw benoemde commandeur van Ootmarsum : Berend Baron Bentinck tot Buckhorst van de Ridderlijke Duitse Orde, Balije Utrecht.  Het waren de ‘Heeren’ van nu. Maar hoe staat het met de ‘Heeren’ van toen  ?

Het woord ‘Heeren’ in de ondertitel van het museum staat voor : 1. De Commandeur die op de Commanderie Ootmarsum woonde, 2. de Hofmeier van de Bisschop van Utrecht en 3. de Drost van Twente die in het Huis Ootmarsum en het Drostenhuis woonde.

De commanderie Ootmarsum kende bijna 20 commandeurs maar de locatie werd het langst beheerd door de familie Von Heiden. De Hof Ootmarsum kende generaties lang de Beverfordes als Hofmeier en de Drosten van Twente kwamen vaak ook uit de familietak Heiden Hompesch en als laatste drost sloot Hendrik Knijpinga Cramer begin 1800 een gedenkwaardige periode van de ‘Heeren van Ootmarsum’ af.

De commanderie Ootmarsum met zo’n 70 boerderijen, ging in 1638 ter ziele, maar Von Heiden bleef, werd protestant en Drost van Twente. De Hof van Twente van de bisschop van Utrecht en met  z’n rentmeester Beverforde met zo’n 120 boerderijen, werd in 1800 door Napoleon opgeheven en de meeste boerderijen werden eigendom van de staat c.q de Provinciale Staten en werden daarna veelal aan de bewoners verkocht.

De adel vroeger was vaak familie van elkaar : geld en bezit moest in de familie blijven. Nog steeds geldt binnen de Ridderlijke Duitse orde dat je vier ‘kwartieren’ moet hebben om in het bestuur ‘Het Kapittel’ van de orde een plek te kunnen krijgen. Vier kwartieren betekende dat zowel van vaders- als van moeders kant de ouders van adel moesten zijn. Dat gaat allemaal wel veranderen.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw kreeg Toon Heupink, toenmalige voorzitter van het openluchtmuseum, bezoek van Hubertus van Heiden. Hij was van adel en een afstammeling van de Von Heidens van het Huis Ootmarsum. Hij bezat nog archieven, de familie adelsbrief, getekende stamboom en andere spullen waarvoor hij geen plek meer had. De familie was verhuisd naar een flatje in Enschede en de kinderen hadden geen belangstelling. Ook niet voor de titel want wie wil er nu op school aangesproken worden met baron ?

Bijzonder aardig was het dat bij de presentatie van het boek over de commanderie en huis Ootmarsum van Henk Eweg in 2016, ik de adressen van de nazaten van Hubertus van Heiden kon opsporen. Een aantal familieleden inclusief de 96 jarige mevrouw barones von Heiden waren aanwezig. Even vóór de presentatie kreeg ik een berichtje van de beheerder van het Singraven, Daan van Mierlo. Hij kondigde aan met zijn vrouw ook aanwezig te zijn bij de boekpresentatie.. Wat bleek : de meisjesnaam van zijn vrouw, Sabine van Mierlo was ook een Van Heiden en zij was dus ook lid van de familietak van de bewoners van het voormalige Huis Ootmarsum. Het kan verkeren….

Heel raar liep ook de verhouding tussen de Hofmeier van Beverforde en de laatste Drost van Twente, Knijpinga Cramer. De laatste hofmeier Anthony Vosding van Beverforde was niet getrouwd en zijn vader, de weduwnaar Hermannus trouwde met de weduwe Mettina Knijpinga die al een zoon had : Hendrik, die zich later Drost Hendrik Knijpinga Cramer noemde. Anthony, een fanatieke patriot, kreeg een ras-orangist als stiefbroer. Dat ging natuurlijk niet goed. Ze bevochten elkaar een leven lang. Anthony schreef uit kwaadheid een boekwerkje van 180 pagina’s over de wandaden van Knijpinga en toen deze overleed weigerde hij zelfs de begrafeniskosten te betalen. Anthony schonk zijn bezit aan de gemeenteontvanger Hendrik Engels die getrouwd was met de dochter van de rentmeester van het Huis Ootmarsum : Wennemara Louise Dröghoorn. Hendrik noemde zich Engels van Beverforde en zo kwamen bezittingen van Hof en Huis Ootmarsum samen in één familie. De ongetrouwde Drost Knijpinga Cramer liet al zijn bezittingen na aan een zoon die hij verwekt had verwekt had bij zijn huishoudster Judith Borchert-Waanders. De zoon Herman Borgert kreeg de erfenis alleen wanneer hij zich Herman Cramer liet noemen. Zijn ongetrouwde stiefbroer Anthony kreeg dus niets. Dus niet alles was familie…….

Ook waren er hechte banden tussen de Drost Van Heiden Hompesch (van de commanderie) en de burgemeester van Ootmarsum Bernardus Cramer, de vader van Drost Hendrik Knijpinga Cramer (van het Drostenhuis). Deze Bernardus Cramer kocht in 1724 het natuurgebied Springendal, waar hij al enkele papiermolens in bedrijf had,  van S.G.V.L Van Heiden Hompesch. Deze was nazaat van de laatste commandeur van Ootmarsum en was Drost van Twente van 1754 tot 1786 :  Hendrik Knijpinga Cramer was van 1800 tot 1811 Drost van Twente. Daarmee lopen de lijnen van de commanderie en het Drostenhuis ook samen. Dus de macht bleef in de familie.

De Heeren en de Boeren waren vroeger onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar in deze tijd zijn de verhoudingen wel even iets anders. De Heeren hebben aan macht en rijkdom ingeboet en we hebben een democratische en voor de mensen een meer gelijkwaardige samenleving gekregen. En de boeren zijn in deze tijd vaak grootondernemers die steeds weer moeten balanceren op het snijvlak van het verantwoord omgaan met de natuur en economische haalbaarheid van het bedrijf.

Wat mooi dat we in deze tijd in Ootmarsum nog tastbare herinneringen hebben aan vroeger tijden : het is het een verademing rond te lopen in het los hoes en drostenhuis om te zien hoe anders het leven vroeger was.