De Wildehof

Het was een waardeloos stuk natte grond,
er stonden hoge populieren in het rond.
Niemand die er oog voor had :
je woonde alleen maar goed dicht bij de stad.

Totdat we moesten bouwen, bouwen, huis na huis,
toen moest het wilde wijken voor de wijken.
De wilde grond woest en verlaten,
werd volgepakt met huizen en met straten.

Ik kom er af en toe wel eens zo even met de fiets,
dan schud ik het wijze hoofd en zeg maar niets.
De wilde hof van toen en van het huis de mooie tuinen :
ik zou daar graag eens doorheen willen struinen.

Toch geven nu de kolken en de hoge bomen,
je toch een gevoel weer thuis te komen.
De Molenbeek slingert zich heel sereen,
dwars door het museumpark hierheen.

Het commanderiegebied na twee honderd jaar rust,
kon nu weer danig wakker worden gekust.
In de Wildehof, eens verwaarloosd door Drost en Commandeur,
ontstaat nu weer nieuw leven en veel meer kleur.

We gaven de historie hiermee respijt
met oog voor de goede oude tijd.
Een landgoed kwam hier weer tot leven :
wat geweldig dat we dit mogen beleven !