Kunst in Ootmarsum vele eeuwen ouder dan vandaag

Op een stralende dag in juni 1656 …

Het zal eind maart 1656 zijn geweest dat Jacob van Ruisdael de voordeur van zijn woonstee het Huys met de silveren trompet’ aan de Beursstraat in Amsterdam in het slot laat vallen. De schilder gaat voor de derde, misschien wel vierde keer, op reis naar het grafelijke kasteel in Bentheim, pal over de Nederlandse grens. De vorige reizen waren al goed voor zijn naam en faam. Het reizen levert minder gevaar op sinds in 1648 de Vrede van Münster is gesloten en de Republiek der Zeven Provinciën bevrijd is van Spaanse smetten.

Als de geldknip goed gevuld is, gaat de reis naar het oosten. Maar het is even goed denkbaar dat hij meelift met een brouwerskar, dan wel schommelt achterop een hooiwagen die naar het volgende dorp rijdt. Het is ook niet uit te sluiten dat delen van de reis naar het oosten te voet gaan. Zandwegen alom, klinkerwegen komen alleen voor rond de kerken van Amersfoort en Deventer en een enkele voorname buitenplaats. Overnachten gebeurt in herbergen en misschien ook wel bij boeren die een plekje op de deel, of in de hooimijt hebben. Met de stappenteller van nu is met wat fantasie te berekenen hoe lang Ruisdael er over heeft gedaan om in de lente van 1656 in Twente aan te komen.

Geziene gast

Jacob van Ruisdael(1628-1682), geboren in Haarlem, is -letterlijk en figuurlijk – gezien in Bentheim. Hij is verslingerd aan het kasteel op een welving in het nauwelijks verheven landschap. Liefst twaalf keer staat de burcht prominent op het schilderslinnen. En dan laten we het aantal keren buiten beschouwing dat het grafelijke onderkomen figureert op schilderijen met nauwe Bentheimer straatjes en ‘luchtige’ landschappen. Over één ding kunnen we het nu eens zijn: Ruisdael is dé penseelmeester van de zeventiende eeuwse landschappen.

Elke keer als de Amsterdamse schilder weer thuiskomt, weet hij dat zijn scheppingen in korte tijd aan Amsterdamse regenten en kooplieden worden verkocht. Het zijn begeerlijke stukken, vooral omdat het paleis op de Dam van Bentheimer zandsteen wordt gebouwd. Commercie en compassie: verbonden door slechts één voegwoordje.

Bergbeklimmer

Het moet op een namiddag in juni zijn dat Ruisdael in de verte de toren van de Ootmarsumse kerk ziet. Hij pleistert in één van de stadsherbergen, dicht bij de kerk. De volgende morgen pakt hij ezel en andere schildersbenodigdheden en loopt in westelijke richting naar de Kuipersberg. Vanaf deze aardpuist heb je ‘een puik uitzicht op het vestingstadje en Westfalen. De driepoot van het palet staat stevig, de schildersdoos onder handbereik en de zon schuin in de rug. ‘Gezicht op Ootmarsum’ wordt geboren. De weerkundigen Franz Ossing en Achim Brauer van het Geologisch onderzoeksinstituut GFZ in Potsdam hebben vele eeuwen later het schilderij in Der Alte Pinakothek in München, waar het doek hangt, onderzocht. En komen tot een aantal interessante conclusies.

Oppoetsen en weggummen

Schilders moet je bewonderen: ze poetsen een beeld op en ze gummen ontsierende elementen in een landschap weg. Ruisdael doet niet anders. De Ootmarsumse kerk, omgeven door huisjes met rode dakpannen, neemt een nadrukkelijke plaats in. Wat heet nadrukkelijk: Ruisdael vergroot de toren en de kerk, waarschijnlijk om de horizon te onderbreken. Hij denkt zelfs een voorbouw bij de kerk, waardoor het godshuis het er uit ziet als een pseudobasiliek. Het kasteel van Bentheim ligt in werkelijkheid hemelsbreed vele kilometers verderop en is vanuit de beeldhoek van het schilderij niet te zien. Dan verplaats je het kasteel toch wat centimeters in noordoostelijke richting? Zo gebeurt dat op die zonnige dag in juni 1656. Voordeel van deze ‘schildersrealiteit’ is dat het torentje van de Commanderie van Huis Ootmarsum net boven de kim uittorent. De Commanderie is gesloopt, net als de toren van de kerk. Met de stenen van de laatste schijnt de weg naar Almelo te zijn bestraat. .. Meindert Hobbema, leerling van
Ruisdael, schildert in 1690 het ‘Gezicht op het Huys Ootmarsum’. In deze tijd van digitale
deugnieterij hebben we toch nog iets om de tijd van toen te koesteren.

Weerkundig rapport

Het weerkundige rapport van Ossing en Brauer vermeldt nog meer interessante feiten. Bijvoorbeeld dat het schilderij in juni geschilderd is. Dit, gezien de havergarven. Haver wordt eerder geoogst dan andere graansoorten. Ook de schapen grazen op een gemaaide weide. Gezien de schaduwen de verlichting van de kerk moet Ruisdael omstreeks het middaguur aan het schilderen zijn geweest. Zelfs de windrichting is bekend, want de molens hebben de wieken naar het zuidwesten gericht. De weerkundigen durven het zelfs aan te voorspellen dat er tijdens deze dagen een ‘gematigd hogedrukgebied heerst, met een depressie in aantocht’.

Ruisdael bekijken?

Voor het schilderij  ‘Gezicht op Ootmarsum’ moet u naar München, naar het museum “Der Alte Pinakothek”.Ruisdael is ook in eigen land te bewonderen. Het Mauritshuis in Den Haag heeft een uitgebreide collectie van deze beroemde landschapsschilder. En voor het actuele zicht op Ootmarsum? De Kuiperberg is – nagemeten – nog steeds 71 meter boven AP. Ootmarsum is vanaf de berg nog steeds goed te bewonderen en in het knusse centrum is het goed
vertoeven.