Stichter Ootmarsum Frankische koning

DE STICHTER VAN OOTMARSUM ;
DE FRANKISCHE KONING ODOMAR

Internet is ook voor de research een zegen. Veel informatie die voorheen praktisch ontoegankelijk was, is nu in te zien en nu zijn er dwarsverbanden te leggen naar de verschillende informatiebronnen. Zo is ook bij speurtochten de herkomst van de stadsnaam Ootmarsum belangrijke informatie aan het licht gekomen. Er is onder andere belangrijke informatie te vinden in de wereldgeschiedenis-databank “Earth’ Ancient History” over de Frankische Koning Odomar, die zijn vesting Odemarsheim noemde en waarvan de naam Ootmarsum naar alle waarschijnlijkheid is afgeleid. Ook aan de Universiteit van Rostock zijn de
oude kronieken van Hunibald, tijdgenoot van Clovis, Koning der Franken, bestudeerd en uitgewerkt, waardoor informatie over de frankische koning Odomar toegankelijk is geworden.

Bij de zoektocht naar de oorsprong van de naam “OOTMARSUM” zijn in de loop der jaren vele
mogelijkheden de revue gepasseerd. Uit de overlevering is tot in de 17· eeuw steeds ook uitgegaan dat de stichter van Ootmarsum de Frankische Koning Odomar/Odemarus was. In zijn boekje “Kralen aan de Rozenkrans” schrijft Adriaan Büter dat er uit de overlevering aan het begin van deze eeuw nog mensen waren die konden aanwijzen waar het graf van Koning Odemarus zich in de omgeving van Ootmarsum zou moeten hebben bevonden. In de 17· eeuw is dan ook door een onbekende kunstenaar een beeltenis van Koning Odomar geschilderd. Het schilderij heeft tot het jaar 2000 steeds in het stadhuis van Ootmarsum gehangen.

Deze beeltenis is naar de denkbeelden van rond 1700 geschilderd en geeft geen juist beeld van de figuur Koning/veldheer Odemarus. Het schilderij uit de 17e eeuw van koning Odemarus klopt vooral niet omdat als achtergrond een afbeelding van het gezicht op Ootmarsum van Ruysdael uit de 16e eeuw is gebruikt. De kerk immers is pas in de 12e eeuw gebouwd. De vormgeving van Koning Odemarus in het glas in lood raam in het oude stadhuis Ootmarsum van Schoenaker, kan dichter bij de werkelijkheid zitten: een frankische koning/veldheer in volle wapenuitrusting. Hier klopt dan het bijschrift niet want de veldheer heet Odemar/Odomar en geen Othmar. Bij de zoektochten naar de stichter van Ootmarsum wordt er vaak van uitgegaan dat de naam Ootmarsum verbastert zou zijn vanuit de naam Othmar. Deze naam is in de loop de eeuwen ook gebruikt en afkomstig van een Bisschop Othmar, waarnaar 8 verschillende stadjes in Duitsland en Frankrijk genoemd zijn zoals Othmarsheim. Ootmarsum is naar alle waarschijnlijkheid een door de jaren veranderde naam van een nederzetting Odemarsheim, die gesticht is in het jaar 117 door de Frankische veldheer Odomar – Odemarus – Odomarsheim – Ootmarsum.

Meer gegevens over Koning. veldheer Odomar zijn te vinden in de werelddatabank voor geschiedenis “The Earth Ancient History” . Hier zijn de gegevens ingebracht aan de hand van zeer oude merovingische kronieken. Dit is voor de geschiedenis van de Franken uitgewerkt door Herman L.Hoeh, “Doctor of Philosopphy of the faculty of the Ambassador College Graduate School of Education U.S.A “. Hij heeft een overzicht gegeven van de heerschappij van de Franken en de verschillende koningen vanaf het jaar 13 vanaf Koning Francus, tot aan het jaar 511 van Clovis, die in dat jaar gedoopt werd en bekeerd tot het katholieke geloof. De geschiedenis van ODOMAR, Koning der Franken, speelt zich dus af rond het begin van onze jaartelling. Hij speelde als veldheer een belangrijke rol in volksverhuizingen van de Germanen, door oorlogen tegen de Romeinen en de Germanen te voeren. Odomar was een zoon van Richimer, Koning der Franken. Hij regeerde 14 jaar : van het jaar 111 tot 125 en stierf in het jaar 126. Op een van zijn veldtochten stichtte hij in het jaar 117 Odemarsheim.

In zijn dissertatie wordt de geschiedenis als volgt samengevat en vertaald beschreven:

“De originele leefgebieden van de Franken bij de monding van de Rijn worden bevestigd door Procopius : ‘de Rijn stroomt naar de zee en hier woonden ook de Germanen’. In dit gebied gingen verschillende stammen samen die zich “Franken” noemden (zie Procopius “History ofthe Wars”,V,xii,7,8). Holland was dus het eerste thuis van de Franken in west Europa. In Roemenië en Bulgarije begint, volgens de kroniekschrijver over de Franken, de historie van de Franken. Hier werden de mensen verdreven na de val van Troje en trokken naar het noorden en westen waar oorlogen werden gevoerd met Oost- en West Goten. (germanen stammen). In het jaar 97 was Richimerus I Koning van de Franken hij was religieus en riep op tot een redding van saksen, dat werd bedreigd door heidense machten. Hij stuurde 18.000 krijgers onder leiding van zijn zoon naar saksea, Deze vocht met de romeinen en de gauls (stammen in Frankrijk/ltalylBelgië) en trokken via Basana (nu Aken) naar het noorden. Hij kreeg zelfs hulp van de koning der Saksen: Widukind. Hij versloeg de Goten (germanen) die verder Duitsland in trokken. De
Franken, de Saksen en de Germanen hebben zich toen in Europa gevestigd volgens de ‘Fredegarius’, een Merovingische Kroniek.” In deze tijd stichtte Koning Odomar Utrecht en in het jaar I I 7 Odemarsheim. De eerste schrütelijke bronnen over de bewoners van deze streken stammen uit de eerste eeuw na Christus, de tijd dat de Romeinen hier aanwezig waren. Er moet door de Romeinen op de oostelijke Maas- oever aangelegde een weg hebben gelegen die van Aken via Venlo naar Gennep leidde en ter hoogte van Groesbeek naar het oosten moet zijn afgebogen. De Romeinen werden hier later weer verdreven door de Franken. Een van de groepen, die hiertoe behoorden en met name deze streek bewoonden, waren de Hattuariërs. Zij woonden niet in steden maar op hoven of hoeven, die zij hun eigen naam gaven. In de
buurt van Nijmegen lag het trefpunt tussen de woongebieden van de Franken, de Friezen (noordelijken) en de Saksen (oostelijken). De delta van de grote rivieren was eeuwenlang een twistpunt tussen de 3 volksstammen. Het gebied vanaf Nijmegen en in oostelijke richting, was dan ook herhaaldelijk een strijdterrein. Ook later is dit weer het geval geweest bij de invallen van de Noormannen, die gepaard gingen met grote strooptochten.

In de chronologische tijdlijn staat vermeld:
“Odomar:
made a league with the Romans and Gauls. Founder of Utrecht and builder of Odemarsheim in 117″.

Meer informatie is te vinden onder www.earth-history.com/various

Aan de Universiteit van Rostock zijn studies verricht naar de sagengeschiedenis en de interpretatie van de oude kronieken. Professor Göres heeft een wetenschappelijk werk gepubliceerd met als titel “Hunibalds Chronik: Ein merkwürdiges Denkmal altdeutscher Sagengeschichte “. Hieronder een passage die betrekking heeft op Odemar, Koning der Franken.

Het hele document is te lezen op de volgende url: www.phf.uni-rostock.de/
onder  institut/igerman/forschung/l itkritik!l itkritik! Rezensionen/ Romantik!TeGoerres6orig. htm – 162 k –

… und an seinem Grabeshügel gnïndete der König eine Stadt, die er nach seinem Namen Odemarsheim nannte, wo er auch unter einer Pyramide begraben liegt .

“Rudwig der Prophet hat seine Thaten in Versen beschrieben, Odemar, nach 113, gründete Burgen und Städte, gab neue Gesetze und erweiterte die alten, und beförderte den Tempeldienst. Jedem Gotte waren nicht bloB Altäre und Tempel, sondem Städte und Flecken geweiht. Der Oberpriester und Oberalte zu seiner Zeit war Wecbtam aus altem Königsgeschlechte, beredt in griechischer und lateinischer Sprache; in der Astronomie,
Musik, Medicin und Philosophie der Griechen erfahren; denn er batte wie Anacbarsis mit einigen andem Gefàhrten lange in Rom und Atben seine Studien getrieben. Ins Vaterland zurückgekehrt, unterrichtete er die Söhne der Edeln nach alter Sitte unter der Eiche. Vieles schrieb er in heiligen den Göttem geweihten griechischen Gedichten, und die Geschichten der alten Könige in deutscher Sprache zum Besten der Jugend. lm fiinften Jahre Odemars kam er in einem kleinen FluBe urn, der von ihm bis auf den heutigen Tag die Wecht heillt, und an seinem Grabeshügel gründete der König eine Stadt, die er nach seinem Namen Odemarsheim nannte, wo er auch unter einer Pyramide begraben liegt. Nach Wechtams Tode wurde des Königs Enkel Odemar, in aller heidnischen Weisheit erfahren, Oberpriester, und ihm folgte Dorak, einst Schüler Wechtams, gleichfalls aus königlichen Geschlechte. Ihn verehrten die Franken einem Gotte gleich, und er gebot nach Willkühr dem Volke, den Kriegem und EdeIn. Die Geschichte der Nation setzte er in der Dichtung fort. Sunnos Thaten am Anfange des dritten Jahrhunderts beschrieb Hildegast, der unter seinem Nachfolger Hilderik blühte. Er war Rath des Königs und Prophet, unterrichtet vor allen seinen Zeitgenossen. Wunderbares that und sprach er, und ihm
gehorchten Alle. Er unterrichtete die Söhne der Edeln in der Cyther und andem musikalischen Instrumenten, und besang dabey die Thaten der Vorfahren in vaterländischer Sprache, und lehrte mildere Sitten sein Volk. Vor ihm hatten die Franken wenig auf seine Kleidung und die Bequem lichkeiten der W ohnung gehalten, jetzt aber wurden die Hauser geräumiger, und in Abtheilungen gesondert. Wegen des öftem Wechsels der Wohnung batten sie mem auf dem Lande als in Städten gelebt, darum war die Bauart einfach und bäurisch. Darum ist seither das
Sprichwort entstanden das von alten Gebäuden und Kunstsachen sagt:” das ist ein gut alt Fränkisch Werk! “. Faramund am Schluêe des vierten Jahrhunderts wählte die vier weisesten Männer seines Volks Vursogast, Veeidogast, der Windesheim in Ostfranken gegründet, und Basagast, und die drey traten unter dem Vorsitz Salagasts, Wodans Oberpriester, aus altem Königsgeschlechte, der Salagastadt gegründet, wo auch in einer Ume seine Asche ruht, zusammen, und entwarfen das berühmte Gesetz das man nach seinem Namen das Saliscbe
nannte. Ganz zu Ende finden wir noch die weise Traumdeuterin Basina, des Königs Basin von Thüringen Gattin, und zuletzt schlieBt Klodwigs Taufe die alte Heldenzeit, und die Formel mit welcher der heilige Remigius die Handlung begann: “mitis depone colla Sicamber, adora quod incendisti, incende quod adorasti!”das war zugleich das Todesurtheil alter Dichtung, wie des Göttesdienstes, und Hunibald schliesst, nun der Faden der Sage der abgerissen war in sein Buch.

Vanuit uit deze studies kunnen lijnen naar het ontstaan van Ootmarsum worden gelegd. De historische herkomst van de naam OOTMARSUM beeft hiermee meer achtergrond gekregen en is hierdoor zoveel duidelijker geworden dat aangenomen kan worden dat de herkomst van de naam Ootmarsum dus niet afkomstig is van de bisschop Othmar waarnaar in Duitsland en Frankrijk verschillende plaatsjes zijn genoemd (Othmarsheim etc.) maar dat de grondslag ligt bij Odemarus cq Odomar Koning/veldheer der Franken.

Rob Meijer
November 2008