WAT HEBBEN WE GEMEEN ?

‘Gemeenschap en gemeente zijn twee verschillende dingen ‘, gaf Han Polman, Ootmarsummer en Commissaris van de Koning in Zeeland, ons mee in zijn toespraak bij de opening van  de 34e versie van het  evenement ‘Kunst in Ootmarsum’.

Hij zei dit naar aanleiding van de pijnlijke commotie die in het land ontstond bij de gemeentelijke herindelingen. Stadjes en dorpen met een eigen bestuur moesten opgaan in een grotere bestuurseenheid  zodat het werk dat een gemeente moet doen, efficiënter en  goedkoper kon worden gedaan.

Hij voelde het natuurlijk ook als geen ander dat het pijn deed dat een stadje met een eigen stadsbestuur, een burgemeester met hoog aanzien, handige wethouders en een alerte gemeenteraad zoals in Ootmarsum,  ineens weggevaagd werd en opging in een groter geheel met 10 kernen.

Als gemeenschap raakte je de identiteit kwijt. De korte bestuurlijke lijntjes veranderden in formele afstandelijke kontakten en het gevoel dat gemeente en gemeenschap hetzelfde waren, was verdwenen. Begrijpelijk is dat, net als in het bedrijfsleven wanneer een bedrijf groeit, je de directie minder op de werkvloer ziet. Een gemeentelijke organisatie is echter een stuk gecompliceerder dan een bedrijf. De regelgeving in Nederland en de betutteling is  danig uit de hand gelopen. Wanneer er een duidelijke vertaalslag naar de bevolking is zoals in een kleine gemeentelijke gemeenschap plaatsvindt, dan kan de burger er vaak mee leven, maar wanneer alles afstandelijker wordt en moeilijker te begrijpen en maatregelen zonder voldoende communicatie gedropt worden, dan is het begrijpelijk dat er weerstand ontstaat.

Dat opsplitsen van gemeente  en  gemeenschap  zou ook als gevolg moeten hebben gehad dat de gemeentelijke organisatie anders van opzet  werd  neergezet. Dat wat de eigen gemeenschap zelf kan regelen en uitvoeren, in de gemeenschap laten en niet alles van bovenaf willen regelen. Maar dan moet je ook de faciliteit meegeven aan de gemeenschap en ondersteunen waar nodig. Hoe pijnlijk was het niet dat het symbool van eigen identiteit in Ootmarsum, het  stadhuis, door het nieuwe gemeentebestuur werd verkocht en meubelzaak werd. Hoeveel moeite werd niet gedaan een Stadsraad Ootmarsum van de grond te krijgen. Hoe pijnlijk was het niet dat een gemeentelijk infopunt in Ootmarsum werd besloten door de gemeenteraad maar dat het college hier nooit uitvoering aan gaf. Welke verontwaardiging ging er niet door de gelederen toen besloten werd uit het oude centrum alle bloembakken weg te bezuinigen. De verloedering van Engels’ Tuin werd door de buurt  opgepakt en wordt nu als gemeentelijk paradepaardje gebruikt.  Gemeenschap en gemeente zijn wel twee verschillende dingen, maar ze hebben wel direct met elkaar te maken. De participatie van de burger, het woongenot, de zorg voor eigen omgeving en dan niet alleen eigen buurt maar de hele kern, is ook noodzakelijk om het gemeentelijk apparaat goed te laten functioneren.

Laten we niet proberen zo dicht mogelijk langs elkaar heen te werken, maar meer samen te doen. We weten in de kernen erg goed wat we willen, daarom is de politiek sinds de herindeling veel belangrijker geworden. De gemeenteraad is geen Raad van Commissarissen, maar neemt direct beslissingen over vele zaken die alle inwoners treffen. Een goed functionerende gemeenteraad is het cement tussen gemeenschap en gemeente. Daarom kan een beetje meer interesse vanuit de gemeenschap naar de gemeente toe -dus politiek actief worden en zinnige discussies over belangrijke vraagstukken voeren- , zeker geen kwaad. Gemeenschap en gemeente zijn tot elkaar veroordeeld. Van een goed samenspel worden we allemaal beter.

Rob Meijer
November 2016